Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/05057.

Zaakgegevens

Op 28 november 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28 november 2017
Datum publicatie
21 december 2017
Zaaknummer
16/01282
ECLI
ECLI:NL:PHR:2017:1398
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/05057.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 oktober 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:3956
  2. Conclusie A-G · 28 november 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2017:1398

  3. Hoge Raad · 19 december 2017

    ECLI:NL:HR:2017:3199

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Conclusie

Nr. 16/01282

Zitting: 28 november 2017

Mr. B.F. Keulen

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 7 oktober 2015 gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en ter zake van diefstallen, gekwalificeerde diefstallen en pogingen daartoe alsmede “opzetheling, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, alsmede ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.

2. In deze zaak bestaat samenhang met de zaak 15/05057, waarin ik vandaag eveneens concludeer.

3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld.

4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 21 april 2017 in persoon aan de verdachte betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep derhalve af op dinsdag 20 juni 2017. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Zie het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4c, 4d, 4f en 9b alsmede 01-845234-12. Zie het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 2a, 2b, 3, 4a, 4b, 4e, 5a, 5b, 9c, 11a, 11b, 11c, 12 en 14. Zie het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1a, 1b, 6a, 6b en 10. Het betreft de zaak van verdachte’s echtgenoot met wie hij samenwoont aan het [a-straat 1] te [plaats].