Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 16/04441.
ECLI:NL:PHR:2017:1411 · Parket bij de Hoge Raad · 17 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-1411
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2017
- Datum publicatie
- 10 januari 2018
- Zaaknummer
- 16/04245
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1411
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 16/04441.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 26 juli 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:2999Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1411
Hoge Raad · 9 januari 2018
ECLI:NL:HR:2018:28Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/04245 Zitting: 17 oktober 2017 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Bij arrest van 26 juli 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2015 bevestigd. In dat vonnis heeft de rechtbank de verdachte wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.
-
Er bestaat samenhang met de zaak met nummer 16/04441. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
Tegen genoemd arrest is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 26 oktober 2016 aan de verdachte in persoon uitgereikt. Mr. G.E. Helder, advocaat te Bovenkarspel, heeft zich in cassatie als raadsman van de verdachte gesteld en is tijdig, bij brief van 28 oktober 2016, van de aanzegging aan zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 27 december 2016. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG