Strafrecht overig
Stempelvonnis, art. 395a.1 Sv. Klacht over ontbrekend p-v tz. Ktr waarin vonnis is aangetekend zoals…
ECLI:NL:PHR:2017:1452 · Parket bij de Hoge Raad · 21 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-1452
Zaakgegevens
Op 21 november 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 november 2017
- Datum publicatie
- 16 januari 2018
- Zaaknummer
- 17/02590
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1452
Samenvatting
Stempelvonnis, art. 395a.1 Sv. Klacht over ontbrekend p-v tz. Ktr waarin vonnis is aangetekend zoals voorgeschreven in art. 395.2 Sv. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. art. 4.8.2 Procesreglement HR). I.c. is niet gebleken dat de raadsman m.b.t. het stuk een dergelijk verzoek heeft ingediend, zodat het middel niet tot cassatie kan leiden. Volgt niet-ontvankelijkverklaring ex art. 80a RO. CAG (anders): Verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek ttz. en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:951 (conversiebeslissing).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1452
Hoge Raad · 16 januari 2018
ECLI:NL:HR:2018:43Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 17/02590 Zitting: 21 november 2017 (bij vervroeging) |
Mr. A.J. Machielse Conclusie inzake: [verdachte] |
1. Op 28 april 2015 heeft de kantonrechter in de rechtbank Oost Brabant verdachte schuldig verklaard aan: Overtreding van het bepaalde bij artikel 4:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Cranendonck 2010 (2e wijziging), maar bepaald dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
2. Verdachte heeft tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 16 oktober 2015 verdachte in dat hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Verdachte heeft tegen die beslissing op 30 oktober 2015 cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft op 23 mei 2017 het bestreden arrest vernietigd, verstaan dat verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter beroep in cassatie heeft ingesteld en de stukken van het geding in handen gesteld van de griffier van de Hoge Raad. Vervolgens is aan verdachte opnieuw de aanzegging van de Procureur-Generaal op de voet van artikel 435 Sv betekend.
3. Mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, heeft een cassatieschriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat de kantonrechter in strijd met artikel 395 lid 2 Sv heeft verzuimd het vonnis in het proces-verbaal van de terechtzitting aan te tekenen hoewel verdachte binnen 14 dagen na het wijzen van dat vonnis hoger beroep heeft ingesteld. Volgens de steller van het middel is de sanctie op het niet nakomen van deze verplichting dat het vonnis nietig moet worden verklaard. De aantekening mondeling vonnis zal dus niet in stand kunnen blijven en de zaak zal moeten worden teruggewezen naar de kantonrechter voor een nieuwe behandeling.
3.2. Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken behoort een "aantekening mondeling vonnis" van de uitspraak op tegenspraak van de kantonrechter van dinsdag 28 april 2015. Verdachte heeft binnen drie maanden na deze uitspraak een rechtsmiddel ingesteld. De kantonrechter heeft verdachte aan een overtreding schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, zodat hoger beroep tegen dat vonnis ingevolge artikel 404 Sv niet openstond. Aldus is er geen sprake van een vonnis als bedoeld in het eerste lid van artikel 410a Sv.
3.3. Tot de aan de Hoge Raad ingezonden stukken behoort niet een proces-verbaal van de terechtzitting van de kantonrechter met daarin de aantekening van het vonnis zoals vereist door het tweede lid van artikel 395 Sv, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dat proces-verbaal niet is opgemaakt. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
Het middel slaagt.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, sector Kanton opdat de zaak op de inleidende dagvaarding opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG