Strafrecht overig
Art. 359.3 en 359.8 Sv Ontbrekende b.m. Het bestreden arrest bevat niet de op straffe van nietigheid…
ECLI:NL:PHR:2017:1524 · Parket bij de Hoge Raad · 19 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-1524
Zaakgegevens
Op 19 december 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2017
- Datum publicatie
- 13 februari 2018
- Zaaknummer
- 16/05281
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1524
Samenvatting
Art. 359.3 en 359.8 Sv Ontbrekende b.m. Het bestreden arrest bevat niet de op straffe van nietigheid voorgeschreven b.m. houdende voor de bewezenverklaring redengevende f&o. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 december 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1524
Hoge Raad · 13 februari 2018
ECLI:NL:HR:2018:190
Conclusie
|
Nr. 16/05281 Zitting: 19 december 2017 |
Mr. W.H. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 27 oktober 2006 door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens 1 eerste cumulatief/alternatief “medeplegen van een reisdocument vervalsen, meermalen gepleegd”, 2 eerste cumulatief/alternatief “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en 3 “deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, een geldboete van € 2.500,00 subsidiair dertig dagen vervangende hechtenis en verbeurdverklaring respectievelijk onttrekking aan het verkeer van enige goederen als in het arrest vermeld.
-
Namens de verdachte heeft mr. C.A. Lucardie, advocaat te 's-Gravenhage, vijf middelen van cassatie voorgesteld.
-
Doelmatigheidshalve bespreek ik eerst het vijfde middel.
-
Het vijfde middel houdt in dat de aanvulling bewijsmiddelen ontbreekt en daarom het arrest niet in stand kan blijven.
-
Bij brief van 14 juli 2017 heeft verdachtes raadsvrouw zich overeenkomstig art. 4.8.2. van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden 2017 gericht tot de rolraadsheer met het verzoek de processtukken te doen aanvullen met de bij de processtukken ontbrekende Aanvulling bewijsmiddelen.
-
In het onderhavige geval heeft het hof een verkort arrest gewezen in de in art. 138b Sv bedoelde zin. Ingevolge het bepaalde in art. 415 lid 1 Sv wordt een verkort arrest in geval van beroep in cassatie aangevuld met bewijsmiddelen, in afwijking van het bepaalde in art. 365a lid 2 Sv ook wanneer het rechtsmiddel is aangewend meer dan drie maanden na de uitspraak.
-
Bij brief van 18 mei 2017 heeft [betrokkene 1], senior secretaris bij het Gerechtshof Den Haag, in een begeleidende brief bij het procesdossier aan de strafgriffie van de Hoge Raad laten weten dat het strafdossier in de onderhavige zaak, voor zover de inhoud daarvan zich bevond in zes verhuisdozen, blijkens een aantekening van een (voormalig) medewerker van het Openbaar Ministerie, [betrokkene 2], in het digitale zaaksysteem NIAS, inmiddels is vernietigd, alsmede dat navraag bij het Openbaar Ministerie geen andere conclusie opleverde. Gelet daarop, aldus [betrokkene 1], is het niet meer mogelijk een bewijsmiddelenbijlage bij het onderhavige arrest te maken.
-
Kennelijk heeft men bij de vernietiging van de zich in de dozen bevindende processtukken niet onder ogen gezien dat het arrest in de onderhavige zaak nog niet onherroepelijk was geworden.
-
Bij gebreke van een Aanvulling bewijsmiddelen voldoet het verkorte arrest niet aan het bepaalde in art. 359 lid 2 Sv. Aangezien het bepaalde in dit voorschrift is voorgeschreven op straffe van nietigheid (art. 359 lid 8 Sv) kan het bestreden arrest niet in stand blijven.
-
Het middel slaagt.
-
Het voorgaande betekent dat de overige middelen buiten bespreking kunnen blijven.
-
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
-
Omdat niet op voorhand valt uit te sluiten dat alsnog bewijsstukken boven water komen, lijkt het mij niet aangewezen dat de Hoge Raad de zaak zelf afdoet.
-
Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG