Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 16/01379.
ECLI:NL:PHR:2017:394 · Parket bij de Hoge Raad · 18 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-394
Zaakgegevens
Op 18 april 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2017
- Datum publicatie
- 6 juni 2017
- Zaaknummer
- 16/01380
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:394
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 16/01379.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 april 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:394
Hoge Raad · 6 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:1025Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/01380 P Zitting: 18 april 2017 (bij vervroeging) |
Mr. P.C. Vegter Standpunt/conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, zittingsplaats Zwolle heeft bij uitspraak van 9 maart 2016 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 13.835,14 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
-
Deze ontnemingszaak hangt samen met de strafzaak tegen de betrokkene (16/01379), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
-
Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, in verbinding met art. 511h Sv, niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG