Strafrecht overig
Met 16/01127; 16/01291; 16/01363; 16/02161 en 16/02233 samenhangende peek (verdachte n-o in cassatieberoep…
ECLI:NL:PHR:2017:570 · Parket bij de Hoge Raad · 4 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-570
Zaakgegevens
Op 4 april 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2017
- Datum publicatie
- 3 juli 2017
- Zaaknummer
- 16/00865
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:570
Samenvatting
Met 16/01127; 16/01291; 16/01363; 16/02161 en 16/02233 samenhangende peek (verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 april 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:570
Hoge Raad · 4 juli 2017
ECLI:NL:HR:2017:1209Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/00865 Zitting: 4 april 2017 |
Mr. G. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 1 februari 2016 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 16/01127, 16/01291, 16/01363, 16/02161 en 16/02233. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 30 augustus 2016 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 31 oktober 2016. Mr. J.Y. Taekema, die zich bij brief van 17 februari 2016 als raadsman van de verdachte heeft gesteld, heeft bij brief van 28 oktober 2016 bericht dat geen middelen van cassatie zullen worden ingediend. Er is gedurende de termijn ook geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG