Strafrecht overig
Profijtontneming. Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de HR…
ECLI:NL:PHR:2017:639 · Parket bij de Hoge Raad · 30 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-639
Zaakgegevens
Op 30 mei 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 mei 2017
- Datum publicatie
- 11 juli 2017
- Zaaknummer
- 15/05615
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:639
Samenvatting
Profijtontneming. Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de HR toegezonden stukken. N.a.v. een door de raadsman ex art. 4.8.2. Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak mee.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 27 november 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:5062Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 mei 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:639
Hoge Raad · 11 juli 2017
ECLI:NL:HR:2017:1319Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/05615 P Zitting: 30 mei 2017 |
Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij uitspraak van 27 november 2015 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 47.850. -
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2015 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
-
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2015 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het hof zijn overgelegd
.
-
De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 17 juni 2016 tijdig aan de Rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief, bij de Hoge Raad ingekomen op 27 juni 2016, bericht dat deze pleitnotities niet op het Hof zijn achtergebleven.
-
Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting [meer] verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
-
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG