Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 15/01395.
ECLI:NL:PHR:2017:833 · Parket bij de Hoge Raad · 20 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-833
Zaakgegevens
Op 20 juni 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2017
- Datum publicatie
- 31 augustus 2017
- Zaaknummer
- 15/01393
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:833
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 15/01395.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:833
Hoge Raad · 5 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2253Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/01393 P Zitting: 20 juni 2017 |
Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 12 maart 2015 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 323.699,92 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
-
Er bestaat samenhang met de zaak 15/01395. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de betrokkene is op 17 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 10 mei 2016 aan de betrokkene in persoon betekend. Namens hem zijn echter geen middelen van cassatie voorgesteld.
-
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG