Strafrecht overig
Medeplegen van discriminatie in de uitoefening van beroep, art. 137g Sr. Bedrijfsleider. Toepassen zgn…
ECLI:NL:PHR:2017:849 · Parket bij de Hoge Raad · 20 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-849
Zaakgegevens
Op 20 juni 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2017
- Datum publicatie
- 31 augustus 2017
- Zaaknummer
- 16/00841
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:849
Samenvatting
Medeplegen van discriminatie in de uitoefening van beroep, art. 137g Sr. Bedrijfsleider. Toepassen zgn. ‘allochtonentaks’ bij discotheek. Middel bevat o.m. bewijsklacht over medeplegen in de rol van bedrijfsleider. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/05757 en 16/00843.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 december 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:9214Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:849
Hoge Raad · 19 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2399Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/00841 Zitting: 20 juni 2017 |
Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 7 december 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras”, veroordeeld tot een geldboete van € 1.750,00, subsidiair 27 dagen hechtenis, waarvan € 750,00, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 15/05757 en 16/00843. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel
4.1. Het middel komt met motiveringsklachten op tegen het ten laste van de verdachte bewezenverklaarde, te weten dat:
“hij in de periode van 19 maart 2011 tot en met 5 april 2011 te Almere tezamen en in vereniging met andere personen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, namelijk als bedrijfsleider en/of beleidsmaker van discotheek/ uitgaansgelegenheid (VOF) [A] , [betrokkene 1] en andere onbekend gebleven personen opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens hun ras en niet-Nederlandse etnische afkomst, door een beleid te voeren waarbij maar een bepaald/beperkt percentage mannelijke allochtonen/mensen met een donkere huidskleur, binnen wordt gelaten.”
4.2. Voor zover het middel klaagt dat deze bewezenverklaring, in strijd met art. 342 lid 2 Sv, enkel steunt op verklaringen van aangever [betrokkene 1] , is het evident ongegrond. Ik volsta met een verwijzing naar de acht bewijsmiddelen die het hof in de aanvulling als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv heeft opgenomen.
4.3. Ook voor zover het middel verder klaagt dat uit die bewijsmiddelen het bewezenverklaarde “tezamen en in vereniging met andere personen”, oftewel het door de verdachte hebben medegepleegd van de verweten gedraging niet kan volgen, is het evident ongegrond. Ook hier volsta ik met een verwijzing naar de bewijsmiddelen, in het bijzonder de bewijsmiddelen 1 tot en met 7.
4.4. Het middel is - in al zijn onderdelen - evident tevergeefs voorgesteld, zodat de verdachte mijns inziens op grond van art. 80a RO niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG