Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 16/02067.
Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:880 · Parket bij de Hoge Raad · 27 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-880
Zaakgegevens
Op 27 juni 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juni 2017
- Datum publicatie
- 5 september 2017
- Zaaknummer
- 16/01989
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:880
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 16/02067.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:880
Hoge Raad · 5 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2257Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 16/01989 P Zitting: 27 juni 2017 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Bij uitspraak van 29 juli 2015 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 51.600,- en aan de betrokkene ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 46.600,-.
-
Deze zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen de medebetrokkene [betrokkene 1] (16/02067), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
-
Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
-
De aanzegging in cassatie is op 12 mei 2016 uitgereikt aan de betrokkene in persoon op haar GBA-adres ([a-straat 1] in Amsterdam). Voorts blijkt uit de stukken van het geding dat mr. S.J. Jansen, advocaat te Amsterdam, zich in cassatie als raadsman van de betrokkene heeft gesteld. Vervolgens is op 23 mei 2016 mededeling van de betekening gedaan aan de raadsman van de betrokkene. Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1°, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG