Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 15/05318.
ECLI:NL:PHR:2017:996 · Parket bij de Hoge Raad · 29 augustus 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2017-996
Zaakgegevens
Op 29 augustus 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2017
- Datum publicatie
- 3 oktober 2017
- Zaaknummer
- 15/05319
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:996
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 15/05318.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 augustus 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:996
Hoge Raad · 3 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2530Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/05319 P Zitting: 29 augustus 2017 (bij vervroeging) |
Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 10 november 2015 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 57.950 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
-
Er bestaat samenhang met de zaak 15/05318. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 22 april 2016 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 21 juni 2016. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG