Strafrecht overig
Beklag, klaagschrift advocaat. Ontvankelijkheid cassatieberoep gericht tegen fictieve beschikking Rb. Tegen…
Parket bij de Hoge Raad, 13 februari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:198 · Parket bij de Hoge Raad · 13 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-198
Zaakgegevens
Op 13 februari 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 februari 2018
- Datum publicatie
- 13 maart 2018
- Zaaknummer
- 17/04905
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:198
Samenvatting
Beklag, klaagschrift advocaat. Ontvankelijkheid cassatieberoep gericht tegen fictieve beschikking Rb. Tegen het uitblijven van een beschikking staat geen beroep in cassatie open, zodat betrokkene niet in het ingestelde beroep kan worden ontvangen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:198
Hoge Raad · 13 maart 2018
ECLI:NL:HR:2018:338
Conclusie
|
Nr. 17/04905 Bv Zitting: 13 februari 2018 |
Mr. P. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Namens klager heeft mr. C.N.M. Dekker op 11 augustus 2017 een klaagschrift op grond van artikel 98, vierde lid, en artikel 552a, Sv ingediend bij de rechtbank Den Haag. Blijkens de ‘akte instellen beroep in cassatie’ heeft voornoemd gerecht nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift, conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv, te beslissen.
-
Namens klager hebben mr. C.N.M. Dekker en mr. P.H.L.M. Souren, beiden advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel houdt in dat de rechtbank Den Haag een fictief besluit tot ongegrondverklaring van het klaagschrift heeft genomen omdat het heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv te beslissen.
-
Gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen kan tegen het uitblijven van een beschikking geen beroep in cassatie worden ingesteld.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG