Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02211.

Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2018

Zaakgegevens

Op 30 januari 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
30 januari 2018
Datum publicatie
20 maart 2018
Zaaknummer
17/00652
ECLI
ECLI:NL:PHR:2018:227
E-mail

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02211.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 23 juli 2015

    ECLI:NL:RBMNE:2015:5509
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 februari 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:823

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 30 januari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2018:227

  4. Hoge Raad · 20 maart 2018

    ECLI:NL:HR:2018:391

    Niet ontvankelijk

Conclusie

Nr. 17/00652

Zitting: 30 januari 2018

Mr. B.F. Keulen

Conclusie inzake:

[verdachte]

  1. De verdachte is bij arrest van 7 februari 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens (1) ‘diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (2) ‘afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (3) ‘medeplegen van poging tot doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, meermalen gepleegd’; (4) ‘medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren, met aftrek als omschreven in artikel 27 Sr. Voorts zijn twee vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd en is de onttrekking aan het verkeer gelast van twee vuurwapens.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 17/02211 tegen de medeverdachte [medeverdachte]. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.

  4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 15 mei 2017 in persoon aan de verdachte betekend. Zoals door de raadsman van de verdachte kenbaar is gemaakt bij brief van 13 juli 2017, is er geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

  5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG