Strafrecht overig
Verschillende overtredingen van de Opiumwet, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie…
ECLI:NL:PHR:2018:239 · Parket bij de Hoge Raad · 6 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-239
Zaakgegevens
Op 6 februari 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 februari 2018
- Datum publicatie
- 27 maart 2018
- Zaaknummer
- 17/00714
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:239
Samenvatting
Verschillende overtredingen van de Opiumwet, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Middelen over 1. ontvankelijkheid OM, 2. verwerping beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, 3. verwerping beroep op overmacht-noodtoestand, 4. gewoontewitwassen, 5. bewijsklacht deelneming aan een criminele organisatie. HR: art. 80a RO
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:239
Hoge Raad · 27 maart 2018
ECLI:NL:HR:2018:447
Conclusie
|
Nr. 17/00714 Zitting: 6 februari 2018 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Standpunt/conclusie inzake: [B] B.V. |
-
Bij arrest van 3 november 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte rechtspersoon veroordeeld ter zake van, kort gezegd, verschillende overtredingen van de Opiumwet, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie en daarbij bepaald dat aan de verdachte rechtspersoon geen straf of maatregel wordt opgelegd.
-
Deze zaak hangt samen met de zaken 17/00709 ([C]), 17/00713 ([A] B.V.) en 17/00716 ([D]) en de zaken 16/02779 B ([A] B.V.), 16/02780B ([B] B.V.) en 16/02781 B ([C]). In deze samenhangende zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de verdachte rechtspersoon heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, vijf middelen van cassatie voorgesteld.
-
Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG