Strafrecht overig
Medeplegen diefstal (meermalen gepleegd) door samen met toenmalige partner speelgoed weg te nemen uit winkel…
Parket bij de Hoge Raad, 9 januari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:319 · Parket bij de Hoge Raad · 9 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-319
Zaakgegevens
Op 9 januari 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 januari 2018
- Datum publicatie
- 10 april 2018
- Zaaknummer
- 16/02738
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:319
Samenvatting
Medeplegen diefstal (meermalen gepleegd) door samen met toenmalige partner speelgoed weg te nemen uit winkel. 1. Aantekening mondeling arrest enkelvoudige kamer Hof bevat geen strafmotivering, art. 425.3 Sv jo. 3.j Regeling aantekening mondeling vonnis. 2. Ambtshalve: Geen beslissing in h.b. op vordering b.p., art. 335 en 361.4 Sv.
Ad 1. Aantekening mondeling arrest houdt t.a.v. strafoplegging slechts in dat Hof verdachte heeft veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en taakstraf van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis, met aftrek voorarrest. Art. 3.j Regeling houdt in dat aantekening opgelegde straf met vermelding van bijzondere redenen die straf hebben bepaald dient te bevatten. 's Hofs aantekening mondeling arrest vermeldt voormelde bijzondere redenen niet.
Ad 2. Winkel heeft zich in e.a. als b.p. in het strafgeding gevoegd. Pr heeft b.p. n-o verklaard in haar vordering. Bij stukken bevindt zich een "wensenformulier", dat voor eerste tz. in h.b. bij Parket Hof is ingekomen en inhoudt dat b.p. haar oorspronkelijke vordering wenst te handhaven. Bestreden uitspraak bevat geen beslissing op vordering b.p. Ingevolge art. 335 en 361.4 jo. art. 415 Sv was Hof gehouden omtrent vordering b.p. een met redenen omklede beslissing te nemen. Bestreden uitspraak ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom ook in zoverre niet in stand blijven.
HR vernietigt bestreden uitspraak v.zv. daarbij geen beslissing is genomen op vordering b.p. alsmede wat betreft strafoplegging.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 januari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:319
Hoge Raad · 10 april 2018
ECLI:NL:HR:2018:540
Conclusie
|
Nr. 16/02738 Zitting: 9 januari 2018 |
Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 25 mei 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een taakstraf voor de duur van dertig uren.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel behelst de klacht dat het hof in zijn aantekening mondeling arrest niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die de straf hebben bepaald.
3.1. Het middel klaagt hierover terecht. Blijkens de stukken van het geding heeft de enkelvoudige strafkamer van het hof het arrest doen aantekenen in het proces-verbaal van de terechtzitting. Een dergelijke aantekening van het mondeling arrest van de enkelvoudige kamer van het hof dient ingevolge art. 425, derde lid, Sv te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling in strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (hierna: de Regeling). Art. 3 van deze Regeling houdt onder j in dat de aantekening de navolgende gegevens dient te bevatten:
‘’opgelegde straf(fen) of maatregel(en) met vermelding van de bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebben geleid. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv."
Aangezien het hof in het geheel geen motivering ten aanzien van de opgelegde straf heeft gegeven, voldoet het arrest van het hof niet aan de eisen van art. 359 Sv, ook niet in de door hiervoor genoemde Regeling toegestane, aangepaste vorm.
3.2. Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het hof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG