Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02112.
ECLI:NL:PHR:2018:566 · Parket bij de Hoge Raad · 10 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-566
Zaakgegevens
Op 10 april 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 april 2018
- Datum publicatie
- 6 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/02001
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:566
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02112.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 april 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:6369Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:566
Hoge Raad · 5 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:829Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 17/02001 Zitting: 10 april 2018 (bij vervroeging) |
Mr. W.H. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 12 april 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, in de zaak met parketnummer 05-901022-08 wegens (telkens) 1. primair, 2. en 3. “medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd” en in de zaak met parketnummer 05-702340-10 wegens “medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ter zake een aantal inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander op de wijze als weergegeven in het arrest.
-
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 17/02001 en 17/02112. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG