Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 17/03055 en 17/05254.
ECLI:NL:PHR:2018:731 · Parket bij de Hoge Raad · 22 mei 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-731
Zaakgegevens
Op 22 mei 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 mei 2018
- Datum publicatie
- 4 juli 2018
- Zaaknummer
- 17/05274
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:731
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 17/03055 en 17/05254.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 mei 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:731
Hoge Raad · 3 juli 2018
ECLI:NL:HR:2018:1065
Conclusie
|
Nr. 17/05274 P Zitting: 22 mei 2018 |
Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [betrokkene] |
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 10 juli 2017 aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van het bedrag van € 12.078,38 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 17/03055 en 17/05254. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de betrokkene is op 14 juli 2017 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 4 december 2017 aan de betrokkene in persoon betekend. Namens hem zijn echter geen middelen van cassatie voorgesteld.
-
Ingevolge de artikelen 437 lid 2 juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu de betrokkene niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG