Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02751.
Parket bij de Hoge Raad, 28 augustus 2018
ECLI:NL:PHR:2018:826 · Parket bij de Hoge Raad · 28 augustus 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-826
Zaakgegevens
Op 28 augustus 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2018
- Datum publicatie
- 25 juli 2018
- Zaaknummer
- 17/02754
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:826
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02751.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 augustus 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:826
Hoge Raad · 9 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:1835
Conclusie
|
Nr. 17/02754 Zitting: 28 augustus 2018 |
Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 30 januari 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis.
-
Er bestaat samenhang met de zaak 17/02751. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 9 december 2017 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 9 februari 2018. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. Overigens heeft de raadsman van de verdachte, mr. B. Tieman, advocaat te Utrecht, per brief van 5 februari 2018 aan de Hoge Raad laten weten dat hij in de onderhavige zaak geen cassatiemiddel zal indienen.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG