Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/06086.
ECLI:NL:PHR:2019:292 · Parket bij de Hoge Raad · 26 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2019-292
Zaakgegevens
Op 26 maart 2019 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2019
- Datum publicatie
- 25 maart 2019
- Zaaknummer
- 17/06135
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:292
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/06086.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2019:292
Hoge Raad · 21 mei 2019
ECLI:NL:HR:2019:767
Conclusie
|
Nr. 17/06135 Zitting: 26 maart 2019 |
Mr. D.J.M.W. Paridaens Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 18 december 2017 het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2016 bevestigd, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan, het vonnis in zoverre vernietigd en de verdachte ter zake van “medeplichtigheid bij het medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 dagen hechtenis.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 17/06086. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de verdachte heeft mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, beroep in cassatie ingesteld.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 14 april 2018 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 14 juni 2018. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG