Strafrecht overig
Geen middelen ingediend; n-o beroep. Samenhang met 17/02922.
Parket bij de Hoge Raad, 19 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:360 · Parket bij de Hoge Raad · 19 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2019-360
Zaakgegevens
Op 19 februari 2019 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2019
- Datum publicatie
- 9 april 2019
- Zaaknummer
- 17/02887
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:360
Samenvatting
Geen middelen ingediend; n-o beroep. Samenhang met 17/02922.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 1 juni 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:2538Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2019:360
Hoge Raad · 9 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:555Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 17/02887 Zitting: 19 februari 2019 |
Mr. B.F. Keulen Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 1 juni 2017 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. ‘poging tot zware mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ en 2. ‘mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek als omschreven in art. 27 Sr. Verder heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
-
Er bestaat samenhang met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (nr. 17/02922). In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 3 mei 2018 aan de verdachte betekend. Er is geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG