Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/04598, 17/04738, 17/05490 en 18/00253.
ECLI:NL:PHR:2019:89 · Parket bij de Hoge Raad · 8 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2019-89
Zaakgegevens
Op 8 januari 2019 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 januari 2019
- Datum publicatie
- 30 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/04698
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:89
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/04598, 17/04738, 17/05490 en 18/00253.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 september 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:4106Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2019:89
Hoge Raad · 29 januari 2019
ECLI:NL:HR:2019:134Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 17/04698 Zitting: 8 januari 2019 |
Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] |
1. De verdachte is bij arrest van 20 september 2017 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van moord” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 9.762,65 en aan de verdachte voor datzelfde bedrag een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 17/04598, 17/04738, 17/05490 en 18/00253. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens haar geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG