Strafrecht overig
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, beroep n-o. Samenhang met 19/02969.
ECLI:NL:PHR:2020:1023 · Parket bij de Hoge Raad · 6 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-1023
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2020
- Datum publicatie
- 2 november 2020
- Zaaknummer
- 19/02968
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:1023
Samenvatting
Profijtontneming. Geen middelen ingediend, beroep n-o. Samenhang met 19/02969.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4925Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 oktober 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:1023
Hoge Raad · 3 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1720
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/02968 P
Zitting 6 oktober 2020
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de betrokkene.
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 11 juni 2019 het vonnis van de rechtbank van 26 april 2017 bevestigd. In dat vonnis is aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van € 41.450,- aan de staat ter ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel.
-
Er bestaat samenhang met de (hoofd)zaak onder 19/02969. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden