Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/02119, 19/02118 P en 19/02116 P.

Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2020
Datum publicatie
23 november 2020
Zaaknummer
19/02285
ECLI
ECLI:NL:PHR:2020:1114
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/02119, 19/02118 P en 19/02116 P.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 19 januari 2017

    ECLI:NL:RBMNE:2017:239
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 april 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:3674

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 6 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2020:1114

  4. Hoge Raad · 24 november 2020

    ECLI:NL:HR:2020:1866

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/02285 P

Zitting 6 oktober 2020 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de betrokkene.

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 24 april 2019 het jegens de betrokkene gewezen vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 19 januari 2017 met aanvulling van gronden bevestigd. Bij dat vonnis heeft de rechtbank het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 51.800,- en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.

2. Er bestaat samenhang met de strafzaak en ontnemingszaken van de medeverdachten (19/02119, 19/02118 P, en 19/02116 P). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

In de ontnemingszaak van deze medeverdachte zijn geen middelen ingediend.