Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met acht andere zaken.

Zaakgegevens

Op 15 december 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15 december 2020
Datum publicatie
16 februari 2021
Zaaknummer
19/02503
ECLI
ECLI:NL:PHR:2020:1268
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met acht andere zaken.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 21 mei 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:1746
  2. Conclusie A-G · 15 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2020:1268

  3. Hoge Raad · 16 februari 2021

    ECLI:NL:HR:2021:121

    Niet ontvankelijk

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/02503

Zitting 15 december 2020 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 21 mei 2019 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ en 2 subsidiair. ‘medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ veroordeeld tot 120 uren taakstraf subsidiair 60 dagen hechtenis.

  2. Er bestaat samenhang met de zaken 19/02502, 19/02496, 19/02490, 19/02618, 19/02620, 19/02526, 19/02621 en 19/02501. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 30 april 2020 betekend in persoon. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.

  4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.

  5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG