Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit valsheid in geschrift en deelnemen aan criminele organisatie. Geen middelen…
ECLI:NL:PHR:2020:400 · Parket bij de Hoge Raad · 21 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-400
Zaakgegevens
Op 21 januari 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 januari 2020
- Datum publicatie
- 20 april 2020
- Zaaknummer
- 18/04345
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:400
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit valsheid in geschrift en deelnemen aan criminele organisatie. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 18/03558, 18/04339, 18/04341, 18/04342 P, 18/04344, 18/04967, 18/04968, 18/04971 P, 18/04972 en 18/04974.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 20 mei 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:4071Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 juni 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:5573Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 januari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:400
Hoge Raad · 21 april 2020
ECLI:NL:HR:2020:576Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/04345 P
Zitting 21 januari 2020
CONCLUSIE
F.W. Bleichrodt
In de zaak
[betrokkene] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de betrokkene.
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij uitspraak van 6 juni 2018 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 316.272,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
-
De zaak hangt samen met de zaken met nummers 18/03558, 18/04339, 18/04341, 18/04342, 18/04344, 18/04967, 18/04968, 18/04971, 18/04972 en 18/04974. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Tegen de uitspraak is namens de betrokkene beroep in cassatie ingesteld.
-
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 26 februari 2019 betekend. Mr. D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, heeft zich in cassatie als raadsman van de betrokkene gesteld en is tijdig, bij brief van 4 maart 2019, van de aanzegging aan zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 29 april 2019. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
-
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h Sv, niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden