Strafrecht overig
Jeugdzaak. Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Geen cassatieberoep open, art. 427.2 Sv. ’s Hofs…
Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2020
ECLI:NL:PHR:2020:664 · Parket bij de Hoge Raad · 12 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-664
Zaakgegevens
Op 12 mei 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2020
- Datum publicatie
- 30 juni 2020
- Zaaknummer
- 19/01736
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:664
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdzaak. Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Geen cassatieberoep open, art. 427.2 Sv. ’s Hofs uitspraak heeft betrekking op overtreding van art. 107.1 WVW 1994. Hof heeft voor dat feit geldboete van € 200, subsidiair 4 dagen jeugddetentie opgelegd. O.g.v. art. 427 Sv staat tegen ‘s hofs uitspraak geen cassatieberoep open. Om die reden kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. Verdachte n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:664
Hoge Raad · 30 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1167
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/01736 J
Zitting 12 mei 2020
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 21 maart 2019 de verdachte wegens “overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een geldboete van € 200, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vier dagen jeugddetentie.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.T. de Vaal, advocaat te Den Haag, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in artikel 107, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994 omschreven feit, welk feit zoals blijkt uit artikel 177, eerste lid, in verbinding met artikel 178, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 een overtreding is. Het hof heeft ter zake van dat feit een geldboete opgelegd van € 200, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vier dagen jeugddetentie. Ingevolge artikel 427, tweede lid onder b, Sv staat tegen de bestreden uitspraak beroep in cassatie niet open, zodat de verdachte in het ingestelde beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden