Strafrecht overig
Profijtontneming. HR ambtshalve: OM n-o in vordering. Verdachte overleden (art. 69 Sr). Samenhang tussen…
ECLI:NL:PHR:2020:898 · Parket bij de Hoge Raad · 25 augustus 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-898
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2020
- Datum publicatie
- 5 oktober 2020
- Zaaknummer
- 18/02118
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:898
Samenvatting
Profijtontneming. HR ambtshalve: OM n-o in vordering. Verdachte overleden (art. 69 Sr). Samenhang tussen 18/00173, 18/00190, 18/02118 en 18/02120.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 augustus 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:898
Hoge Raad · 6 oktober 2020
ECLI:NL:HR:2020:1555
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/02118 P
Zitting 25 augustus 2020
AANVULLENDE CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
hierna: de betrokkene.
-
Op 3 december 2019 heb ik een conclusie genomen in deze zaak, waarin ik de Hoge Raad adviseerde de betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep.
-
Inmiddels is echter volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de gemeente Den Haag [gewaarmerkt] afschrift van een [vertaalde] akte van de burgerlijke stand van Spanje gebleken dat de betrokkene op 29 september 2019 te Altea (Spanje) is overleden.
-
Mede gelet op de wetsgeschiedenis moet art. 69 Sr zo worden uitgelegd dat door de dood van de betrokkene niet alleen het recht tot het instellen of voortzetten van een strafvervolging tegen hem vervalt, maar ook het recht tot het aanvangen of voortzetten van een procedure tegen hem tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Zie HR 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6732.
-
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.
-
Deze aanvullende conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Den Haag en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vordering.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden