Strafrecht overig
Medeplichtigheid aan telen en aanwezig hebben van hennep in woning, art. 3.B en 3.C Opiumwet. HR ambtshalve…
Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2020
ECLI:NL:PHR:2020:899 · Parket bij de Hoge Raad · 25 augustus 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-899
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2020
- Datum publicatie
- 5 oktober 2020
- Zaaknummer
- 18/02120
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:899
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplichtigheid aan telen en aanwezig hebben van hennep in woning, art. 3.B en 3.C Opiumwet. HR ambtshalve: OM n-o in vervolging. Verdachte overleden (art. 69 Sr). Samenhang tussen 18/00173, 18/00190, 18/02118 en 18/02120.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 5 december 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:3505Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 augustus 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:899
Hoge Raad · 6 oktober 2020
ECLI:NL:HR:2020:1556
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/02120
Zitting 25 augustus 2020
AANVULLENDE CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
hierna: de verdachte.
-
Op 3 december 2019 heb ik een conclusie genomen in deze zaak, waarin ik de Hoge Raad adviseerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
-
Inmiddels is echter volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de gemeente Den Haag [gewaarmerkt] afschrift van een [vertaalde] akte van de burgerlijke stand van Spanje gebleken dat de verdachte op 29 september 2019 te Altea (Spanje) is overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
-
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
-
Deze aanvullende conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Den Haag en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden