Strafrecht overig
Bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 285 Sr), vernieling (art. 350 Sr) en bedreiging…
ECLI:NL:PHR:2020:911 · Parket bij de Hoge Raad · 25 augustus 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-911
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2020
- Datum publicatie
- 6 oktober 2020
- Zaaknummer
- 19/04440
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:911
Samenvatting
Bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 285 Sr), vernieling (art. 350 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 285 Sr). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast (vgl. ECLI:NL:HR:2020:914).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 september 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:3454Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 augustus 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:911
Hoge Raad · 6 oktober 2020
ECLI:NL:HR:2020:1569
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/04440
Zitting 25 augustus 2020
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
-
De verdachte is bij arrest van 18 september 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch in de zaak met het parketnummer 01-865061-16 vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde en voor 1 subsidiair: “bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd”, 2: “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken” en het in de zaak met parketnummer 01-860327-17: “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd” veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van benadeelde partijen en heeft het hof schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij de vervangende hechtenis is bepaald op acht respectievelijk dertien dagen.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
-
Het middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.
-
Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van de vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
-
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
-
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden