Strafrecht overig

Met 19/00603 en 19/00604 P samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o). Samenhang met 5 andere zaken.

Zaakgegevens

Op 12 januari 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
12 januari 2021
Datum publicatie
26 februari 2021
Zaaknummer
19/00605
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:188
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Met 19/00603 en 19/00604 P samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o). Samenhang met 5 andere zaken.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 januari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2021:188

  2. Hoge Raad · 2 maart 2021

    ECLI:NL:HR:2021:317

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/00605

Zitting 12 januari 2021

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,

hierna: de verdachte.

  1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 30 januari 2019 het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 15 oktober 2015 bevestigd met aanvulling van gronden, met uitzondering van de opgelegde straf en de motivering daarvan. Het gerechtshof heeft de verdachte ter zaken van de bij dat vonnis bewezenverklaarde feiten gekwalificeerd als 1 “valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragen, meermalen gepleegd” en 2 “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. De benadeelde partijen zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

  2. De zaak hangt samen met een tweetal andere zaken tegen de verdachte (19/00604 en 19/00603) alsmede met de straf- en of ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/00597, 19/00528, 19/00529, 19/00576 en 19/00578). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG