Strafrecht overig
Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. HR bepaalt dat met…
Parket bij de Hoge Raad, 2 maart 2021
ECLI:NL:PHR:2021:199 · Parket bij de Hoge Raad · 2 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2021-199
Zaakgegevens
Op 2 maart 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 maart 2021
- Datum publicatie
- 2 maart 2021
- Zaaknummer
- 19/04570
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:199
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 september 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:3515Hoge Raad · 2 maart 2021
ECLI:NL:HR:2021:311(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 maart 2021deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2021:199
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/04570
Zitting 12 januari 2021 (bij vervroeging)
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
-
De verdachte is bij arrest van 27 september 2019 door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens ‘zware mishandeling’ en ‘poging tot zware mishandeling’ veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof de teruggave gelast aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt van inbeslaggenomen voorwerpen. Tot slot heeft het hof de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft mr. E.A.P. Mulders, advocaat te ’s-Hertogenbosch, een schriftuur ingediend.
3. Het namens de verdachte voorgestelde middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
4. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, NJ 2020/409 m.nt. Ten Voorde, terecht voorgesteld. Uw Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
5. De namens de benadeelde partij voorgestelde schriftuur houdt in dat de benadeelde partij ‘op 24 november 2017 uitgebreid en inhoudelijk gemotiveerd (heeft) aangegeven waarom zij meent recht te hebben op een schadevergoeding van € 91.019,20’. Bij de uit één pagina bestaande schriftuur is gevoegd een afschrift van een brief van mr. Mulders aan het arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant van 24 november 2017 met diverse bijlagen (tezamen 117 pagina’s) waaronder het voegingsformulier waarmee de benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd. De schriftuur vermeldt de door het hof toegewezen bedragen aan materiële en immateriële schadevergoeding en houdt verder slechts in: ‘De vordering van cliënte betreft geen onevenredige belasting van het strafgeding. Om die reden verzoek ik uw Hoge Raad om de vordering van cliënte volledig toe te wijzen.’
6. Als cassatiemiddel in de zin van art. 437, derde lid, Sv kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht (over een rechtspunt betreffende de vordering van de benadeelde partij). De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot het bepalen door Uw Raad dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden