Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/01756.

Zaakgegevens

Op 2 maart 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
2 maart 2021
Datum publicatie
2 april 2021
Zaaknummer
19/01757
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:329
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/01756.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:1752
  2. Conclusie A-G · 2 maart 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2021:329

  3. Hoge Raad · 6 april 2021

    ECLI:NL:HR:2021:493

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/01757

Zitting 2 maart 2021

CONCLUSIE

E.J. Hofstee

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 1 april 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “diefstal” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

  2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/01756. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.

  3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 7 november 2019 aan een huisgenoot van de verdachte uitgereikt. Hoewel de aanzegging als bedoeld in voornoemd artikel geldig is betekend, zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie voorgesteld.

  4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

  5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG