Strafrecht overig
Onderzoek Kapel naar Turks/Tilburgse criminele organisatie die zich bezig hield met gewelddadige handel in…
ECLI:NL:PHR:2021:601 · Parket bij de Hoge Raad · 6 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2021-601
Zaakgegevens
Op 6 april 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 april 2021
- Datum publicatie
- 14 juni 2021
- Zaaknummer
- 19/05685
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:601
Samenvatting
Onderzoek Kapel naar Turks/Tilburgse criminele organisatie die zich bezig hield met gewelddadige handel in hard- en softdrugs. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/05498, 19/05598, 19/05600 P, 19/05611, 19/05617, 19/05687, 19/05738, 19/05777, 19/05732, 19/05967 en 19/05773.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:4589Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 april 2021deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2021:601
Hoge Raad · 15 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:895
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/05685
Zitting 6 april 2021
CONCLUSIE
F.W. Bleichrodt
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 5 december 2019 het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 september 2017, waarbij de verdachte wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod” is veroordeeld, bevestigd, behalve ten aanzien van de strafoplegging, de strafmotivering en de toepasselijke wetsartikelen en met aanvulling van een bewijsoverweging. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr.
2. De zaak hangt samen met de zaken tegen medeverdachten, met zaaknummers 19/05611 ([medeverdachte 1]), 19/05598 ([medeverdachte 2]), 19/05600 P ([medeverdachte 2]), 19/05498 ([medeverdachte 3]), 19/05617 ([medeverdachte 4]), 19/05687 ([medeverdachte 5]), 19/05738 ([medeverdachte 6]), 19/05777 ([medeverdachte 7]), 19/05732 ([medeverdachte 8]), 19/05967 ([medeverdachte 9]) en 19/05773 ([medeverdachte 10]). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Er is geen schriftuur ingediend.
4. Op 26 oktober 2020 heeft betekening van de aanzegging in cassatie aan een medewerker van het parket van de procureur-generaal bij de Hoge Raad plaatsgevonden. Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, tweede lid, onder b Sv rechtsgeldig betekend. Een afschrift van de aanzegging is verzonden naar [a-straat 1] te [plaats].
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden