Strafrecht overig
Conclusie Advocaat-Generaal. Herzieningszaak Arnhemse Villamoord. Veroordeling door de rechtbank in 1999…
ECLI:NL:PHR:2021:66 · Parket bij de Hoge Raad · 2 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2021-66
Zaakgegevens
Op 2 februari 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 februari 2021
- Datum publicatie
- 26 januari 2021
- Zaaknummer
- 20/03889
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:66
Samenvatting
Conclusie Advocaat-Generaal. Herzieningszaak Arnhemse Villamoord. Veroordeling door de rechtbank in 1999 wegens een overval op een woning op 2 september 1998 waarbij een persoon om het leven is gekomen en een ander gewond is geraakt. Herzieningsaanvraag ingediend door de zuster van de na het instellen van hoger beroep overleden verdachte. Aangezien het hof in hoger beroep vanwege dit overlijden de officier van justitie niet-ontvankelijk heeft verklaard in de strafvervolging is niet voldaan aan de voorwaarde voor herziening dat de zaak geëindigd is in een (onherroepelijke) veroordeling. De AG adviseert de Hoge Raad de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 februari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2021:66
Hoge Raad · 20 april 2021
ECLI:NL:HR:2021:624
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/03889 H
Zitting 2 februari 2021
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[aanvraagster] ,
zuster van de gewezen verdachte [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, overleden te [plaats] op 3 augustus 2000,
hierna: de aanvraagster.
1 Inleiding
Namens de aanvraagster heeft mr. P.B.A. Acda, advocaat te Roermond een aanvraag tot herziening ingediend van het tegen de gewezen verdachte uitgesproken vonnis van de arrondissementsrechtbank te Arnhem van 29 december 1999, parketnummer 05.072607/99.
Er bestaat samenhang met de zaken 20/00985 H, 20/01228 H, 20/01711 H, 20/01886 H, 20/03887 H, 20/03891 H en 20/03892 H. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
2 Ontvankelijkheid van de aanvraag
In de uitspraak waarvan herziening gevraagd is, heeft de rechtbank de gewezen verdachte wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van acht jaren, met aftrek van het voorarrest.
Blijkens de stukken van het geding hebben zowel de gewezen verdachte als de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. De behandeling van de zaak in hoger beroep door het gerechtshof te Arnhem is aangevangen op de terechtzitting van 8 mei 2000.
Nadat de gewezen verdachte op 3 augustus 2000 was overleden, heeft het gerechtshof op 21 augustus 2000 arrest gewezen in zijn zaak. Dat arrest houdt het volgende in:
“ “Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
“ De advocaat-generaal heeft aan het hof overgelegd een copie van een akte van overlijden, opgemaakt te Arnhem op 4 augustus 2000, waaruit blijkt dat verdachte op 3 augustus 2000 is overleden.
“ Het hof zal daarom, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht, de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in de strafvordering verklaren.
“ BESLISSING
“ Het hof:
“ Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:
“ Verklaart de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in de strafvordering.”
Het voorgaande roept de vraag op of de herzieningsaanvraag ontvankelijk is. In dat kader zijn de volgende bepalingen relevant:
– – art. 457 Sv:
– “1. Op aanvraag van de procureur-generaal of van de gewezen verdachte te wiens aanzien een vonnis of arrest onherroepelijk is geworden, kan de Hoge Raad ten voordele van de gewezen verdachte een uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling herzien:
– (…)
– c. indien er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
– 2. Waar in deze bepaling wordt gesproken van een veroordeling, is hieronder het ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging van een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in de artikelen 37 en 37a van het Wetboek van Strafrecht begrepen.”
– “De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk indien deze niet een onherroepelijke uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling of een ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in artikel 457, tweede lid, betreft, dan wel niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 460 gesteld.”
Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld dat het vonnis waarvan de herziening wordt gevraagd door het gerechtshof is vernietigd, zodat het vonnis niet een onherroepelijke uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling of een ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in art. 457, tweede lid, Sv betreft. Het arrest van het gerechtshof betreft evenmin een zodanige uitspraak, aangezien het geen veroordeling of ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in art. 457, tweede lid, Sv inhoudt. De aanvraag kan daarom niet worden ontvangen.