Strafrecht overig

Ontbrekende pleitnota. Pleitnota die in proces-verbaal van terechtzitting in hoger beroep is vermeld…

Zaakgegevens

Op 1 juni 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
1 juni 2021
Datum publicatie
12 juli 2021
Zaaknummer
19/05626
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:702
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ontbrekende pleitnota. Pleitnota die in proces-verbaal van terechtzitting in hoger beroep is vermeld, ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van afschrift van deze pleitnota. O.g.v. p-v van die tz. (inhoudende dat pleitnota in het ongerede is geraakt en zich niet in dossier bevindt) moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. HR kan daardoor niet nagaan of op tz. verweren zijn gevoerd dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 juni 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2021:702

  2. Hoge Raad · 13 juli 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1138

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/05626

Zitting 1 juni 2021

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

  1. De verdachte is bij arrest van 12 december 2019 door het gerechtshof Den Haag wegens “oplichting” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij, een en ander als in het arrest vermeld.

  2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.

4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het hof zijn overgelegd.

5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht en brief van 16 december 2020 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 vermeldt dat de pleitnotities in het ongerede zijn geraakt en zich niet in het dossier bevinden.

6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG