Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met vijf andere zaken.

Zaakgegevens

Op 15 juni 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juni 2021
Datum publicatie
10 september 2021
Zaaknummer
19/04445
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:815
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met vijf andere zaken.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 6 maart 2017

    ECLI:NL:RBLIM:2017:2023
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 september 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:4869
  3. Conclusie A-G · 15 juni 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2021:815

  4. Hoge Raad · 14 september 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1238

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/04445

Zitting 15 juni 2021

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Inleiding

1.1.

De verdachte is bij arrest van 16 september 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.

1.2.

Er bestaat samenhang met de zaken 19/04267 ( [medeverdachte 1] ), 19/04263 ( [medeverdachte 6] ), 19/04368 ( [medeverdachte 2] ), 19/04296 ( [medeverdachte 4] ) en 19/04339 ( [medeverdachte 5] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

2 Ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 11 september 2020 in persoon uitgereikt aan de verdachte. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 10 november 2020. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

2.2.

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

3 Conclusie

3.1.

Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG