Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 20/00480…
ECLI:NL:PHR:2021:884 · Parket bij de Hoge Raad · 29 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2021-884
Zaakgegevens
Op 29 juni 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2021
- Datum publicatie
- 28 september 2021
- Zaaknummer
- 20/00621
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:884
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 20/00480, 20/00622 P en 20/00623.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2021:884
Hoge Raad · 28 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1394
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/00621 P
Zitting 29 juni 2021
CONCLUSIE
F.W. Bleichrodt
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de betrokkene.
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 11 februari 2020 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 18.828,82 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
-
De zaak hangt samen met de zaken met zaaknummers 20/00480, 20/00623 en 20/00622. Ook in deze zaken zal ik vandaag concluderen.
-
Namens de betrokkene is op 18 februari 2020 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 7 september 2020 aan de betrokkene in persoon betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden