Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
5 oktober 2021
Datum publicatie
4 oktober 2021
Zaaknummer
20/01610
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:923
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 5 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2021:923

  2. Hoge Raad · 23 november 2021

    ECLI:NL:HR:2021:1709

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 20/01610 B

Zitting 5 oktober 2021

NADERE CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de klager.

1. Op 15 juni 2021 heb ik in deze zaak een conclusie genomen waarin ik heb geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep omdat het vonnis van de strafrechter van 16 maart 2021 waarin eveneens een beslissing is genomen over de beslagen onherroepelijk is geworden.

2. Aanleiding voor deze nadere conclusie is het schriftelijk commentaar dat op 29 juni 2021 namens de klager is ingediend naar aanleiding van mijn conclusie. Daarin stelt de raadsvrouw van de klager dat het vonnis van de strafrechter nog niet onherroepelijk is geworden, omdat dit vonnis niet aan de klager is toegezonden noch aan hem is betekend.

3. Uit de namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat de dagvaarding voor de zitting van 16 maart 2021 aan de verdachte in persoon is betekend op 10 februari 2021. Op grond van art. 432 lid 1 Sv moet cassatieberoep in dat geval worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak. Dat is in onderhavige zaak niet tijdig gebeurd. Ik blijf daarom bij mijn standpunt dat het vonnis in de strafzaak onherroepelijk is geworden en gelet daarop de klager wegens gebrek aan belang in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4. Ik persisteer bij mijn conclusie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Uit bijlage 2 bij het schriftelijk commentaar blijkt dat pas op 29 juni 2021 volmacht is verleend tot het instellen van cassatieberoep tegen het vonnis van de rechtbank.