Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, beroep n-o. Samenhang met 20/00327.
ECLI:NL:PHR:2021:924 · Parket bij de Hoge Raad · 8 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2021-924
Zaakgegevens
Op 8 juni 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juni 2021
- Datum publicatie
- 4 oktober 2021
- Zaaknummer
- 20/00299
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:924
Samenvatting
Geen middelen ingediend, beroep n-o. Samenhang met 20/00327.
Procesgang
Uitspraak · 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:761Uitspraak · 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:762Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2021:924
Hoge Raad · 5 oktober 2021
ECLI:NL:HR:2021:1412
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/00299
Zitting 8 juni 2021
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1 Het cassatieberoep
De verdachte is bij arrest van 29 januari 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] en de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
Er bestaat samenhang met de zaken 20/00327 en 20/00315. In de eerste zaak zal ik vandaag ook concluderen. Het in de laatstgenoemde zaak ingestelde beroep in cassatie is ingetrokken vóórdat de zaak voor de eerste keer ter terechtzitting van de Hoge Raad zou worden behandeld.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Namens de benadeelde partij heeft mr. C.W. Langereis, advocaat te Arnhem, een ‘middel van cassatie’ voorgesteld.
2 Beoordeling
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Nu de verdachte niet in zijn beroep in cassatie kan worden ontvangen, is de Hoge Raad niet bevoegd tot de beoordeling van de op de voet van art. 437 lid 3 Sv ingediende schriftuur van de benadeelde partij.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv-AG