Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 20/04075 en 20/04067.
ECLI:NL:PHR:2022:1259 · Parket bij de Hoge Raad · 20 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2022-1259
Zaakgegevens
Op 20 december 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 december 2022
- Datum publicatie
- 13 februari 2023
- Zaaknummer
- 20/04009
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2022:1259
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 20/04075 en 20/04067.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 december 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:3796Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2022:1259
Hoge Raad · 14 februari 2023
ECLI:NL:HR:2023:220
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/04009
Zitting 20 december 2022
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte
-
De verdachte is bij arrest van 1 december 2020 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 216 dagen, met aftrek van het voorarrest. Bovendien heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van in beslaggenomen voorwerpen en de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van € 3.500,-.
-
Er bestaat samenhang met de zaken 20/04075 en 20/04067. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
-
Op 4 december 2020 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 31 mei 2021 betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden