Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/00672 en 21/00673.

Zaakgegevens

Op 29 maart 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29 maart 2022
Datum publicatie
24 maart 2022
Zaaknummer
21/00674
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:288
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/00672 en 21/00673.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:443
  2. Conclusie A-G · 29 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2022:288

  3. Hoge Raad · 28 juni 2022

    ECLI:NL:HR:2022:960

    Niet ontvankelijk

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 21/00674

Zitting 29 maart 2022

CONCLUSIE

E.J. Hofstee

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 3 februari 2021 het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 25 januari 2019 bevestigd, behalve voor wat betreft de beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling, en heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand afgewezen. Bij dat vonnis is de verdachte wegens diefstal van een auto veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van het voorarrest.

2. Er bestaat samenhang met de zaken 21/00672 en 21/00673. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 21 april 2021 in de Penitentiaire Inrichting in Vught aan de verdachte in persoon uitgereikt. Hoewel de aanzegging als bedoeld in voornoemd artikel geldig is betekend, zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Op de akte staat bij ‘Handtekening voor ontvangst’ met de hand geschreven: “Wel ontvangen. Niet getekend.”