Strafrecht overig
Conclusie AG. Ontbrekende pleitnota. Nu de in het proces-verbaal van terechtzitting in hoger beroep vermelde…
ECLI:NL:PHR:2022:593 · Parket bij de Hoge Raad · 21 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2022-593
Zaakgegevens
Op 21 juni 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2022
- Datum publicatie
- 20 juni 2022
- Zaaknummer
- 20/03062
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2022:593
Samenvatting
Conclusie AG. Ontbrekende pleitnota. Nu de in het proces-verbaal van terechtzitting in hoger beroep vermelde pleitnota ontbreekt bij de stukken die aan de HR zijn gezonden, kan in cassatie niet worden nagegaan of op de terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan in de bestreden uitspraak zijn genoemd. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2022:593
Hoge Raad · 20 september 2022
ECLI:NL:HR:2022:1248
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/03062 J
Zitting 21 juni 2022
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.
-
De verdachte is bij arrest van 22 september 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens ‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen’ veroordeeld tot 70 uren taakstraf, subsidiair 35 dagen jeugddetentie, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen, heeft bij schriftuur en aanvullende schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ik bespreek eerst het in de aanvullende schriftuur voorgestelde tweede middel. Het middel klaagt dat uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2020 blijkt dat de raadsman van de verdachte het woord heeft gevoerd ‘overeenkomstig zijn pleitnota’ en dat de pleitnota aan het proces-verbaal is gehecht, terwijl blijkt dat de pleitnota in het ongerede is geraakt, zodat niet valt na te gaan of ter terechtzitting (meer) verweren zijn gevoerd of (meer) uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan in het bestreden arrest zijn genoemd.
4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2020 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd ‘overeenkomstig zijn pleitnota, welke aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht’.
5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig art. 4.3.6.3 van het Procesreglement van de Hoge Raad heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 17 februari 2022 (tijdig) aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnota. Op 21 februari 2022 is namens de griffier van de Hoge Raad aan het hof verzocht om de pleitnotities in hoger beroep in deze zaak aan de strafadministratie van de Hoge Raad te doen toekomen. Vervolgens heeft een raadsheer van het hof bij brief van 17 maart 2022 aan de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet kunnen worden aangeleverd.
6. Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in de bestreden uitspraak genoemde. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
7. Het tweede middel slaagt.
8. Het voorgaande betekent dat het eerste middel buiten bespreking kan blijven.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden