Strafrecht overig

Conclusie AG. Ontvankelijkheid van het hoger beroep. Klacht over het oordeel van het hof dat het verzuim van…

Zaakgegevens

Op 5 juli 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2022
Datum publicatie
4 juli 2022
Zaaknummer
21/03809
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:663
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Ontvankelijkheid van het hoger beroep. Klacht over het oordeel van het hof dat het verzuim van de raadsvrouw om tijdig hoger beroep in te stellen tot de risicosfeer van de verdachte behoort. De klacht dat het hof niet heeft beslist op het verzoek van de raadsman tot nader onderzoek ontbeert feitelijke grondslag. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep op de voet van artikel 81 lid 1 RO. Samenhang met de strafzaak 21/03808.

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/03809 P

Zitting 5 juli 2022

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de betrokkene

Inleiding

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de betrokkene bij arrest van 25 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

2. Er bestaat samenhang met de strafzaak 21/03808. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

De rechtsgang in cassatie

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

De cassatiemiddelen

4. Het eerste middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep vanwege een termijnoverschrijding, niet zonder meer begrijpelijk is gelet op de bij pleidooi aangevoerde feiten en omstandigheden in het licht van artikel 6 EVRM.

5. Het tweede middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op het door de raadsman ter terechtzitting gedane verzoek tot het verrichten van nader onderzoek naar – zo begrijp ik het middel – de aanwezigheid van een eventuele faxbevestiging bij de strafgriffie van de rechtbank.

De beoordeling van de middelen

6. De middelen en de daarin vervatte klachten zijn volledig identiek aan die in de samenhangende strafzaak met griffienummer 21/03808. Derhalve verwijs ik voor de inhoudelijke bespreking van de cassatieklachten graag naar de strafzaak.

Slotsom

7. Beide middelen falen en lenen zich voor afdoening met toepassing van artikel 81 lid 1 RO.

8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG