Strafrecht overig
Conclusie AG. Veroordeling wegens ‘zaaksvernieling’ (art. 350 Sr). De klacht houdt in dat het hof het verweer…
ECLI:NL:PHR:2024:1047 · Parket bij de Hoge Raad · 15 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2024-1047
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2024
- Datum publicatie
- 9 oktober 2024
- Zaaknummer
- 22/02652
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:1047
Samenvatting
Conclusie AG. Veroordeling wegens ‘zaaksvernieling’ (art. 350 Sr). De klacht houdt in dat het hof het verweer van de verdediging, dat er feitelijk maar één getuige is die verklaart dat het de verdachte is geweest die het feit gepleegd heeft, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. De bwijsmiddelen die het hof voor het bewijs heeft gebruikt ontbreken in/bij het arrest van het hof. De uitspraak van het hof voldoet daarom niet aan het vereiste van art. 359 lid 3 Sv en kan volgens de AG dan ook niet in stand blijven. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 oktober 2024deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2024:1047
Hoge Raad · 17 december 2024
ECLI:NL:HR:2024:1731
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/02652
Zitting 15 oktober 2024
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte
Inleiding
1. Bij arrest van 28 juni 2022 heeft het gerechtshof Den Haag, zitting houdend in Amsterdam, zich verenigd met het vonnis van de politierechter in de rechtbank van Den Haag van 24 maart 2021. De verdachte is derhalve wegens ‘zaaksvernieling’ veroordeeld tot een geldboete van € 325,00, subsidiair zes dagen hechtenis. Voorts is de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot het bedrag van € 791,27 en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals nader bepaald in het vonnis.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 22/02654. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte heeft H. Oldenhof, advocaat in 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
Het cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Het middel
4. Het middel behelst onder meer de klacht dat het hof het verweer van de verdediging dat er feitelijk maar één getuige is die verklaart dat het de verdachte is geweest die het feit gepleegd heeft, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. Ik begrijp dat de verdachte ontkent het hem tenlastegelegde feit te hebben begaan.
Beoordeling van het middel
5. Noch de aantekening mondeling vonnis van de politierechter, noch de aantekening mondeling arrest van het hof bevat de voor het bewijs van het tenlastegelegde feit gebezigde bewijsmiddelen. Ook bevindt zich bij de stukken van het geding niet een aanvulling als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv met daarin de bewijsmiddelen die voor het bewijs zijn gebruikt.
6. Op grond van art. 359, leden 3 en 8, Sv moet een uitspraak op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevatten die de feiten en omstandigheden inhouden die redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De uitspraak van het hof voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven.
Slotsom
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG