Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 17 december 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2024
Datum publicatie
10 maart 2025
Zaaknummer
23/04519
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:1430
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2024:1430

  2. Hoge Raad · 11 maart 2025

    ECLI:NL:HR:2025:373

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/04519

Zitting 17 december 2024

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte

1. Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 10 oktober 2023 (bij verstek) met toepassing van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 16 december 2022.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2023 houdt het volgende in:

“De advocaat-generaal legt een akte van betekening over en deelt mede dat de verdachte zich niet in detentie bevond op de dagen ten tijde van de dagvaarding en drie dagen voor de zitting.
De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.


Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De raadsheer merkt op dat in deze zaak geen schriftuur houdende grieven is ingediend.

De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal legt zijn vordering aan het gerechtshof over.

De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en spreekt het arrest uit.”

5. In cassatie is – door middel van aanhechting aan de schriftuur – overgelegd een bevel gevangenhouding van de rechtbank Midden-Nederland van 5 oktober 2023 waarbij de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van negentig dagen is bevolen.

6. Uit het hiervoor onder 5 vermelde stuk – aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld – moet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten – achteraf bezien – onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, brengt het vorenoverwogene mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

7. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Op 27 november 2024 heeft de strafgriffie van de Hoge Raad bovendien een historisch detentieoverzicht opgevraagd. Uit het zodoende verkregen detentieoverzicht blijkt dat de verdachte op 10 oktober 2023 u.a.h. gedetineerd was.