Strafrecht overig
Conclusie AG: Ontbrekende pleitnota. N.a.v. een door de raadsman gedaan verzoek is bij het Hof nadere…
Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2024
ECLI:NL:PHR:2024:470 · Parket bij de Hoge Raad · 14 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2024-470
Zaakgegevens
Op 14 mei 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 mei 2024
- Datum publicatie
- 26 april 2024
- Zaaknummer
- 21/04263
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:470
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Conclusie AG: Ontbrekende pleitnota. N.a.v. een door de raadsman gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen op grond waarvan moet worden aangenomen dat de pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak mee. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 oktober 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:9590Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2024:470
Hoge Raad · 9 juli 2024
ECLI:NL:HR:2024:1041
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/04263
Zitting 14 mei 2024
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Het cassatieberoep
De verdachte is bij arrest van 6 oktober 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, voor de eendaadse samenloop van belaging en het meermalen heimelijk fotograferen van een persoon in een woning (feiten 1 en 2), eenvoudige diefstal en het meermalen plegen van diefstal met behulp van een valse sleutel (feit 3), en het meermalen plegen van huisvredebreuk (feit 4) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Het hof heeft voorts de inbeslaggenomen voorwerpen verbeurdverklaard en beslist op de vordering van de benadeelde partij.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
2 De middelen
In het eerste middel wordt geklaagd dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien de ter zitting van het hof overgelegde pleitnota zich niet bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevindt.
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 22 september 2021 is aldaar door de raadsvrouw van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd “aan de hand van een schriftelijke pleitnota, die als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd en die aan dit proces-verbaal is gehecht.” Deze pleitnota bevindt zich niet bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig art. 4.3.6.3. van het Procesreglement van de Hoge Raad heeft de raadsman van de verdachte via het webportaal van de Hoge Raad binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnota. Desgevraagd heeft het hof de Hoge Raad bericht dat de op 22 september 2021 overgelegde pleitnota niet meer beschikbaar is en dus niet door het gerechtshof kan worden aangeleverd.
Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in het bestreden arrest genoemde. Dit verzuim, dat blijkens het bericht van het hof niet kan worden hersteld, strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.
Het eerste middel slaagt en het tweede en het derde middel kunnen om die reden buiten bespreking blijven.
3 Slotsom
Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G