Strafrecht overig

Conclusie plv. AG. Art. 141. Sr. Hof heeft duur van de gijzeling a.b.i. art. 36f.5 Sr niet bepaald. Geen…

Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
28 juni 2024
Zaaknummer
23/02688
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:717
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Conclusie plv. AG. Art. 141. Sr. Hof heeft duur van de gijzeling a.b.i. art. 36f.5 Sr niet bepaald. Geen belang (vgl. ECLI:NL:HR:2024:184). Conclusie strekt tot verwerping.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 juli 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:2353
  2. Conclusie A-G · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2024:717

  3. Hoge Raad · 17 september 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1163

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/02688 J

Zitting 2 juli 2024

CONCLUSIE

M.E. van Wees

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,

hierna: de verdachte.

Inleiding

1.1

De verdachte is bij arrest van 12 juli 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Daarnaast heeft het hof een vordering van de benadeelde partij deels toegewezen, deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard en hiermee verbonden een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

1.2

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

2.1

Het middel bevat de klacht dat het hof heeft verzuimd om de duur van het aantal dagen gijzeling te bepalen dat is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

2.2

Daargelaten of de steller van het middel een terecht punt heeft, het is vaste jurisprudentie dat indien de rechterlijke machtiging daartoe ontbreekt, gijzeling niet mogelijk zal zijn. De verdachte heeft aldus geen eigen belang bij de oplegging daarvan.

Afronding

3.1

Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.

3.2

Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

3.3

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

plv. AG

Vgl. HR 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:179 en HR 6 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:184 (81 lid 1 RO over een in essentie zelfde cassatiemiddel als in de onderhavige zaak) en mijn opmerkingen in de conclusie voorafgaand aan dit laatste arrest (ECLI:NL:PHR:2023:1133).