Strafrecht overig

Conclusie AG. Profijtontneming. Peek. Namens betrokkene is niet binnen twee maanden na betekening van…

Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2025

Zaakgegevens

Op 4 november 2025 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
4 november 2025
Datum publicatie
27 oktober 2025
Zaaknummer
23/01700
ECLI
ECLI:NL:PHR:2025:1156
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Conclusie AG. Profijtontneming. Peek. Namens betrokkene is niet binnen twee maanden na betekening van aanzegging cassatieschriftuur ingediend. Betrokkene is n-o in cassatieberoep (art. 435 lid 1 jo. 437 lid 2 jo. 511h Sv). Hangt samen met 23/01699 (de strafzaak).

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 19 april 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:3741
  2. Conclusie A-G · 4 november 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2025:1156

  3. Hoge Raad · 10 februari 2026

    ECLI:NL:HR:2026:222

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/01700 P

Zitting 4 november 2025

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de betrokkene.

1 Inleiding

1.1

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 19 april 2023 het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2021 onder aanvulling van gronden bevestigd. Bij dit vonnis is aan de betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van € 55.000,- opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

1.2

Er bestaat samenhang met de zaak 23/01699 (de strafzaak tegen de verdachte). In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

1.3

Namens de betrokkene is cassatieberoep ingesteld.

2 Ontvankelijkheid cassatieberoep

2.1

De aanzegging is op 16 november 2023 in persoon aan de verdachte betekend. Vervolgens is niet binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging namens de betrokkene een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een advocaat, hetgeen op grond van art. 435 lid 1 jo. 437 lid 2 jo. 511h Sv tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep leidt.

3 Slotsom

3.1

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG