Strafrecht overig
Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Geen beroep in cassatie mogelijk, omdat het veroordeling…
Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:633 · Parket bij de Hoge Raad · 10 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2025-633
Zaakgegevens
Op 10 juni 2025 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2025
- Datum publicatie
- 1 juni 2025
- Zaaknummer
- 23/04856
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2025:633
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Geen beroep in cassatie mogelijk, omdat het veroordeling wegens overtreding betreft, waarvoor hof met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel heeft opgelegd (art. 427 lid 2 onder a Sv). Kwalificatie als misdrijf betreft kennelijke vergissing en maakt dat niet anders. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van beroep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04856
Zitting 10 juni 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Inleiding
De verdachte is bij arrest van 8 december 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens onder 1 "overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (145 microgram)" en onder 3 “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld. Het hof heeft met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep beperkt tot “de veroordeling van feit 3”. M.C. van der Want, advocaat in Middelburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:
“hij op 6 september 2012 te Middelburg aanwezig heeft gehad ongeveer 97,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.”
De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte ongeveer 97,3 gram, maar in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hasj aanwezig heeft gehad. Bewezenverklaard is niet dat de verdachte dit opzettelijk zou hebben gedaan. Dit is ook niet aan de verdachte tenlastegelegd. Gelet op art. 11 lid 1 in samenhang met art. 13 lid 1 van de Opiumwet gaat het hier dus om een overtreding, en niet om een misdrijf. Het hof heeft ter zake van het onder (1 en) 3 bewezenverklaarde toepassing gegeven aan art. 9a Sr en geen straf of maatregel opgelegd.
Op grond van artikel 427 lid 2 Sv staat voor de verdachte geen cassatieberoep open tegen arresten betreffende overtredingen indien met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel is opgelegd. De Hoge Raad kan het beperkt ingestelde cassatieberoep daarom niet in behandeling nemen. Dat het hof het bewezenverklaarde door een kennelijke vergissing heeft gekwalificeerd als een misdrijf, maakt dat niet anders.
3 Slotsom
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG