Strafrecht overig
Conclusie AG. Jeugdzaak. Cassatieschriftuur niet binnen de termijn ingediend. Conclusie strekt tot…
ECLI:NL:PHR:2025:645 · Parket bij de Hoge Raad · 1 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2025-645
Zaakgegevens
Op 1 april 2025 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 april 2025
- Datum publicatie
- 3 juni 2025
- Zaaknummer
- 24/01156
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2025:645
Samenvatting
Conclusie AG. Jeugdzaak. Cassatieschriftuur niet binnen de termijn ingediend. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. Samenhang met 24/01175.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 maart 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:927Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2025:645
Hoge Raad · 10 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:777
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/01156 J
Zitting 1 april 2025
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
-
De verdachte is bij arrest van 15 maart 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens ‘medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot 100 uren taakstraf, bestaande uit een werkstraf, subsidiair 50 dagen jeugddetentie, waarvan 40 uren taakstraf subsidiair 20 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarbij heeft het hof bijzondere voorwaarden opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
-
Er bestaat samenhang met de zaak 24/01175. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
-
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 20 september 2024 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. De schriftuur is eerst binnengekomen op 21 november 2024.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden